Afweermechanismen

Freud

Sigmund Freud heeft als eerste de mechanismen die als afweer dienen naar de ander of een situatie en een beschermende functie hebben, omschreven als afweermechanismen/ beschermingsmechanismen.

Het ich gebruikt afweermechanismen om zichzelf te vrijwaren van angstaanjagende gedachten uit het es. Deze werken onbewust en bestaan. Deze afweermechanismen worden gehanteerd als bescherming voor je eigen ik, het zelf. Deze worden gebruikt bij frustraties of om spanningen en conflicten te verminderen of te vermijden.

Sigmund Freud en zijn dochter Anna Freud zijn de bedenkers van het afweermechanisme en zijn door hun en ook door anderen verder uitgewerkt.

Zo ontstonden er 10 afweermechanismen;

  1. Ontkenning van de realiteit, dit noem je loochening; je houdt jezelf of de ander onbewust voor de gek. Dit gebeurt vaak als je geconfronteerd wordt met gevoelens of situaties die moeilijk of niet te verkroppen zijn. De feiten van de gebeurtenis worden dan tegengesproken om zo maar niet met het negatieve gevoel te voelen. Dat zie je vaak bij rouwverwerking.
  2. Verdringing; dit is een basisafweermechanisme en speelt bij alle ander afweermechanisme een rol. Bij traumatische ervaringen zoals mishandeling, een zedenmisdrijf of een andere ernstige gebeurtenis zijn mensen in staat om een gebeurtenis te verdringen, alsof het nooit bestaan heeft. Soms wordt je getriggerd en komt de ervaring weer boven. Je kan een gebeurtenis ook naar boven halen door bepaalde therapieën.
  3. Dissociatie; betekend ontkoppeling. Bepaalde gedachten, emoties, waarnemingen of herinneringen worden buiten het bewustzijn geplaatst en zijn tijdelijk niet oproepbaar. Iedereen verlies wel eens aandacht voor zijn omgeving als hij ergens geconcentreerd mee bezig is of aan het dagdromen is. Dan is het meer een mechanisme om tot rust te komen Maar wij kennen ook Het meer op de automatische piloot een auto besturen. Je slaat gedeeltes over en je bent plotseling een stuk verder dan je dacht. Een groot gedeelte van de weg heb je onbewust afgelegd. Het kan ook voorkomen bij vermoeidheid of bij psychische spanning. Als een persoon in een ernstig bedreigende situatie verkeerd, niet kan vluchten of vechten, dan kan het brein zich tijdelijk onttrekken aan de realiteit.
  4. Regressie; is het teruggaan naar een eerdere fase van de levensontwikkeling. Regressie betekend letterlijk teruggaan. In het hier en nu. Herbeleven van eerdere ervaringen die aan de basis liggen van de huidige problemen. Bij regressie therapie halen we het verleden naar boven of geven we het innerlijke kind wat het nodig heeft en integreren we het kind in het lichaam. Het idee is dat gebeurtenissen van vroeger nog altijd van invloed zijn op ons huidige gedrag, situaties en problemen.
  5. Projectie; we spreken van projectie als we eigenschappen of emoties van ons zelf proberen te ontkennen, verbergen of verdringen door deze toe te schrijven aan iets of iemand anders. Dit gebeurt meestal onbewust. Het is een afweermechanisme tegen negatieve emoties. Door projectie hoeven we dingen die we niet leuk vinden niet te erkennen; onze schaduwkant. Het is makkelijker om die aan een ander toe te schrijven dan aan ons zelf.
  6. Verplaatsing of verschuiving; hierbij komt een ander doel voor het werkelijke doel van een motief in de plaats. B.v. een vrouw die op haar werk lastig gevallen wordt door haar baas, krijgt ruzie met haar man thuis en geeft de hond en schop in plaats van de baas.
  7. Reactievorming, overdekking door het tegendeel, overcompensatie; Door op overdreven wijze tegenovergestelde houdingen en gedragingen te laten zien worden riskante verlangens onderdrukt. De persoon zal niet alleen negatieve gevoelens tegen iemand ontkennen maar ook zijn liefde. Om zo op een doeltreffende manier zichzelf, zo niet de ander te misleiden over de aanwezigheid van een onaanvaardbare impuls.
  8. Sublimeren; is het omzetten van oerdriften in sociaal of maatschappelijk geaccepteerde vormen. Iemand die veel onverwerkte woede of agressie heeft kan dit voor zichzelf acceptabel maken door veel te gaan sporten. Sublimering is een psychologisch afweermechanisme omdat het zich overgeven aan oerdriften als bedreigend wordt ervaren voor het sociaal functioneren.
  9. Identificatie; is het vergroten van gevoelens van eigenwaarde door identificeren met een persoon of instelling van aanzien.
  10. Fantasie; is een ontsnappingsmechanisme. Je vermijdt de problemen door je voor te stellen dat ze er niet zijn, of door afstand te nemen van de realiteit. We gebruiken de fantasie om los te komen van de bedreigde wereld om ons heen en ergens anders troost te vinden. Alice Miller spreekt dan over ontkenning van behoeften.

 

Nagenoeg iedereen hanteert overlevingsmechanismen. Het heeft ook heel lang dienst gedaan om maar niet de pijn te voelen of om de situatie te baas te blijven. Wanneer je ouder wordt kan het overlevingsmechanisme je in de weg zitten, in je leven of in je verdere ontwikkeling. Herken je iets bij jezelf en wil je eraan werken, maak dan een afspraak met mij en we kijken er samen naar.

Met dank aan Vera Janssen https://www.verajanssen.nl/ voor haar tekst over afweermechanismen.